Heeft u een vorm van trombose (doorgemaakt)? Of heeft u een verhoogd risico op het ontwikkelen van trombose? In dat geval krijgt u antistollingsmedicatie voorgeschreven om de trombose te behandelen of te voorkomen.
Antistollingsmedicatie zorgt ervoor dat uw bloed minder snel stolt. Hierdoor neemt de kans op trombose af. In het geval van een bestaande trombose zorgen deze middelen ervoor dat er geen nieuwe stolsels vormen en het bestaande stolsel niet groter wordt. Antistollingsmedicatie lost het stolsel dus niet op. Dat doet uw lichaam zelf. Hier gaan echter enkele weken tot enkele maanden overheen. Risico’s van de behandeling met antistollingsmiddelen
Antistollingsmiddelen zorgen ervoor dat uw bloed minder snel stolt. Hierdoor neemt de kans op een
trombose af. Tegelijkertijd zorgt die tragere bloedstolling ervoor dat u makkelijker bloedt. De anti-stollingsmedicatie veroorzaakt geen bloeding, maar als er een wond is dan zal deze langer en heviger bloeden dan bij iemand die deze middelen niet gebruikt. Om te voorkomen dat bloedingen ernstige schade geven, is het belangrijk dat u alarmsignalen bij bloedingen kent. Neem direct
contact op met uw behandelend specialist of huisarts en, eventueel de
trombosedienst als:
- Uw urine roodgekleurd is
- Uw ontlasting gitzwart ziet
- U uitvalsverschijnselen krijgt, bijvoorbeeld als u uw arm of been plotseling niet meer goed kunt bewegen
- U plotseling ontstane, hevige pijn heeft, bijvoorbeeld in uw buik
- U een blauwe plek heeft die groter is dan een bierviltje
- U ineens meer dan vijf blauwe plekken heeft, zonder dat daar een aanwijsbare oorzaak voor is
- U een langdurige bloedneus heeft, die langer dan 30 minuten aanhoudt
- U bloed ophoest of braakt
Antistolling in combinatie met andere geneesmiddelen
Verschillende geneesmiddelen kunnen de werking van antistollingsmedicatie beïnvloeden. Ze kunnen het effect versterken of juist tegenwerken. Het is daarom heel belangrijk dat u bij de apotheek, uw behandelend arts en, als dat van toepassing is, bij de trombosedienst altijd meldt welke geneesmiddelen u nu gebruikt. Dit geldt ook voor de geneesmiddelen die u bij de drogist koopt. Gebruik deze niet totdat u zeker weet dat het veilig kan worden gebruikt in combinatie met uw antistollingsmedicatie. Meldt het ook als uw stopt met het gebruik van een geneesmiddel.
Medische ingrepen tijdens uw antistollingsbehandeling
Mocht u tijdens uw antistollingsbehandeling een (tandheelkundige) ingreep moeten ondergaan, meld dan altijd dat u antistollingsmedicatie gebruikt. Voor sommige ingrepen kan het nodig zijn uw medicatie enige tijd te stoppen om een bloeding te voorkomen. Als u onder behandeling bent van de trombosedienst, meldt dan ook aan hen dat en wanneer u een ingreep ondergaat. De trombosedienst zal zo nodig uw schema aanpassen.
Antistolling en sporten
Sporten of bewegen is vaak goed. Het verlaagt de kans op
trombose en levert veel andere gezondheidswinst op, zoals een verlaging van de bloeddruk en een kleinere kans op botontkalking. Tijdens de antistollingsbehandeling moet u wel voorzichtig zijn bij sporten die het risico op een bloeding verhogen. Dit geldt voor alle sporten waarbij het risico op een ongeval verhoogd is.
Wat betreft contactsporten worden sporten als boksen en judo afgeraden. Daarnaast wordt ook specifiek (diepzee)duiken en bergbeklimmen boven de 2500 meter ontraden. Bij duiken is het namelijk zo dat u al op 5 meter diepte een risico heeft op oog- en oorbloedingen. U mag wel snorkelen aan de oppervlakte, tot een maximale diepte van 3 meter.
Soorten antistolling
Er zijn veel verschillende soorten antistollingsmiddelen. Afhankelijk van de reden voor antistolling, de nierfunctie en de andere medicatie die u gebruikt, wordt gekozen welk middel of middelen u nodig heeft. Globaal kunnen we de antistollingsmiddelen in vier categorieën indelen:
- Vitamine K Antagonisten (VKA) – (Acenocoumarol, Fenprocoumon)
- Directe Orale Anticoagulantia (DOAC) - (Apixaban, Dabigatran, Edoxaban, Rivaroxaban)
- Laagmoleculaire Gewichtsheparines (LMWH) - (Tinzaparine, Nadroparine, Enoxaparine)
- Bloedplaatjesremmers/trombocytenaggregatieremmers- (Acetylsalicylzuur, Carbasalaatcalcium, Clopidogrel, Dipyridamol, Ticagrelor, Prasugrel)
In deze folder richten we ons specifiek op de vitamine K Antagonisten, de tabletten van de trombosedienst. Wil u meer weten over één van de andere middelen? Dan verwijzen we u graag naar de specifieke folder over dit middel.
Vitamine K antagonisten
Acenocoumarol/Fenprocoumon
Onder de vitamine K Antagonisten vallen Acenocoumarol en Fenprocoumon. Beide middelen remmen de werking van vitamine K, een belangrijk onderdeel van de bloedstolling. Vitamine K komt het lichaam binnen via de voeding. Het komt in het voedsel onder meer voor in groene groenten, vlees, melk en plantaardige oliën. Ook de darmbacteriën maken vitamine K aan. Een gevarieerde voeding is daarom aan te bevelen. Specifiek letten op vitamine K in verband met de stolling is dan niet nodig.
Trombosedienst
Zodra uw arts Acenocoumarol of Fenprocoumon heeft voorgeschreven, zal hij u verwijzen naar de trombosedienst. De trombosedienst zal op regelmatige basis uw bloed controleren. Hierbij wordt de INR-waarde (International Normalized Ratio) bepaald. Hoe hoger deze waarde, hoe langer het duurt voor uw bloed stolt. Hoe lager deze waarde, hoe sneller uw bloed stolt.
Aan de hand van de indicatie wordt er een 'streefgebied' voor u bepaald. Dit streefgebied geeft weer tussen welke waarden gestreefd wordt uw INR-waarde te behouden. Binnen het streefgebied is uw kans op zowel
trombose als een bloeding het kleinst. De dosering van uw tabletten luistert dan ook nauw. De trombosedienst stelt aan de hand van de uitslag van de INR-waarde een schema voor u op.
Op dit schema staat aangegeven hoeveel tabletten antistollingsmiddel u per dag moet innemen. Vaak is dit een wisselende dosering. Op de kaart van de trombosedienst staat tevens vermeld wanneer uw bloed weer gecontroleerd moet worden.
Wij adviseren u om deze antistollingsmedicijnen op een vaste tijd in te nemen, bij voorkeur rond de avondmaaltijd. Het kan namelijk voorkomen dat de trombosedienst u op de dag dat u geprikt bent belt met een wijziging in uw dosering voor dezelfde dag. Indien u een keer vergeten bent uw medicijnen in te nemen wordt u het volgende geadviseerd:
- Is het nog dezelfde dag? Neem dan uw vergeten dosering alsnog in. Ga daarna verder met het schema zoals voorgeschreven door de trombosedienst.
- Is het al de volgende dag? Sla dan de vergeten dosering over en ga daarna verder met het gewone schema. Meld u dit dan wel bij uw volgende bloedcontrole aan de trombosedienst.
Neem nooit een dubbele dosering in om een vergeten dosering in te halen. Kortdurend gebruik spuitjes
Gaat u starten met een vitamine K Antagonist of bent u door een ingreep of andere reden enige tijd gestopt met Acenocoumarol of Fenprocoumon? In een aantal gevallen schrijft uw arts u tijdelijk ook LMWH-spuitjes voor in combinatie met de Vitamine K Antagonist ter overbrugging. De trombosedienst licht u in zodra u de spuitjes mag stoppen. Dit wordt bepaald aan de hand van uw INR uitslagen.
Voor meer informatie over de LMWH-spuitjes verwijzen wij u naar de folder ‘LWWH’s’.
Zelf meten en/of zelf doseren
Als u langer dan zes maanden vitamine K remmers moet gebruiken, dan is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om uw eigen INR-waarde te meten. Voordat u met het zelfmeetapparaat aan de slag kunt, volgt u een cursus bij uw trombosedienst. Daar leert u bloed af te nemen door een vingerprik en krijgt u instructies voor het bepalen van de INR-waarde. Hierna volgt een periode van 3 maanden waarin u het zelfmeetapparaat gebruikt. U moet in deze periode elke week prikken en de uitslag doorgeven. De periode van 3 maanden wordt, bij het succesvol doorlopen hiervan, afgesloten met de uitreiking van een certificaat.
Uw trombosedienst nodigt u elke 6 maanden uit voor een controle van uw zelfmeetresultaten. Ook uw zelfmeetapparaat wordt dan gecontroleerd. Deze controles worden uitgevoerd omdat de consequenties van een verkeerde meting van grote invloed op uw behandeling kunnen zijn.
In sommige gevallen is het ook mogelijk om zelf de dosering van uw medicijnen samen te stellen. Als hier bij u sprake van is en u wil dit doen, dan zal u ook hierin getraind worden. Niet iedereen komt in aanmerking voor het gebruik van een zelfmeetapparaat. Bent u geïnteresseerd? Neem dan
contact op met uw trombosedienst. Zij kunnen bekijken of u in aanmerking komt voor het zelf meten en/of zelf doseren.
Duur van de behandeling
Uw arts bespreekt met u hoe lang u dit middel moet gebruiken. De duur van de antistollingsbehandeling is afhankelijk van de aandoening waarvoor u dit middel heeft voorgeschreven gekregen.
Stop de behandeling nooit zelf. Vitamine K Antagonisten bij zwangerschap en borstvoeding
Heeft u een kinderwens, meld dit dan aan uw behandelend arts en de trombosedienst. In onderling overleg kunt u samen het beste beleid vaststellen. Vaak zullen de tabletten van de trombosedienst gedurende een zwangerschap vervangen worden door LMWH-spuitjes. Deze spuitjes kunnen veilig worden gebruikt gedurende een zwangerschap. Het is tijdens de behandeling met Acenocoumarol of Fenprocoumon mogelijk om borstvoeding te geven. Het geneesmiddel komt niet of nauwelijks in de borstvoeding. Bovendien krijgt elke baby die borstvoeding krijgt dagelijks vitamine K druppels toegediend om bloedingen te voorkomen.