U kunt tijdelijk minder goed bewegen of mag minder bewegen, bijvoorbeeld na een operatie. Daardoor heeft u meer kans op trombose. Trombose is een bloedstolsel in een bloedvat. Bloedverdunners, medicijnen die ervoor zorgen dat uw bloed minder snel stolt, maken de kans op trombose kleiner. U krijgt deze medicijnen via een prik onder de huid. Dit heet een subcutane injectie. U kunt deze prikken bij uzelf geven. Het voordeel is dat u geen hulp nodig hebt van anderen bij het prikken. Bijvoorbeeld van thuiszorgorganisaties of mantelzorgers. De verpleegkundige leert u stap voor stap hoe u de prik geeft. Ook laat de verpleegkundige zien hoe u dit het beste kunt doen. In deze folder kunt u de uitleg rustig nalezen. Kunt of wilt u uzelf niet prikken? Dan kunnen wij ook iemand uit uw omgeving uitleg geven. Deze persoon kan u dan helpen met het geven van de prikken.
Let op: de informatie en adviezen in deze folder zijn algemeen. Het kan zijn dat uw arts in uw situatie andere adviezen geeft. Volg dan altijd het advies van uw arts of andere zorgverlener.
Wat doen bloedverdunners?
Bij
trombose ontstaat een bloedprop in een bloedvat. Deze prop kan het bloedvat afsluiten. Bloedverdunners zorgen ervoor dat uw bloed minder snel stolt. Daardoor is de kans op
trombose kleiner. Deze bloedverdunner werkt snel en gedurende 24 uur. Daarom krijgt u meestal één prik per dag.
Om welke medicijnen gaat het?
De bloedverdunners zijn meestal laagmoleculaire heparines, zoals Nadroparine, Enoxaparine of Tinzaparine. Uw arts bepaalt welk middel u krijgt.
Wanneer krijgt u bloedverdunners?
- als u een operatie heeft gehad
- als u een tijd moet rusten, in bed ligt of minder mobiel bent door ziekte
- als u zwanger bent of kort geleden bent bevallen en een hoger risico heeft op trombose, bijvoorbeeld bij een meerlingenzwangerschap of een keizersnede
- als uw behandeling met bloedverdunners via tabletten nog niet goed is ingesteld
- als u tijdelijk moet stoppen met uw eigen (orale) bloedverdunners, bijvoorbeeld voor of na een operatie. In dit geval krijgt u de prikken als tijdelijke vervanging, totdat u uw eigen medicatie weer mag gebruiken
Hoe gebruikt en bewaart u de bloedverdunner?
Er zijn verschillende soorten bloedverdunners. Uw arts vertelt u welke u krijgt, hoe lang u deze moet gebruiken en in welke dosering. De bloedverdunners zitten in een kant-en-klare spuit. Deze spuit heeft een veiligheidssysteem. Hierdoor kunt u zich na gebruik niet per ongeluk aan de naald prikken.
- bewaar de spuiten bij een temperatuur onder de 30 graden
- bewaar de spuiten niet in de koelkast of vriezer
- bewaar de spuiten in de originele verpakking op een donkere plek
- houd de spuiten buiten het zicht en bereik van kinderen
Gebruik de spuiten
niet meer na de houdbaarheidsdatum op de verpakking. Gebruik elke spuit maar één keer.
Hoe geeft u de prik?
Hieronder leest u stap voor stap hoe u de prik geeft.
Stap 1. Voorbereiding
- was uw handen goed met water en zeep en droog uw handen
- zet alle benodigde spullen klaar op een schone ondergrond
Dit heeft u nodig:
- uw bloedverdunner: in een kant-en-klare spuit
- een bakje waar u na gebruik de spuit in kunt doen
- zo nodig een pleister of gaasje
Stap 2. Kies de prikplek
Kies een plek om te prikken in uw onderbuik (het gebied onder uw navel) of aan de bovenkant van uw bovenbeen.
Prikt u in de onderbuik? Prik dan altijd minimaal twee centimeter van uw navel. Dit is ongeveer twee vingertoppen afstand.
Wissel de prikplek steeds af.
Prik de ene keer links en de andere keer rechts. U kunt eventueel zelf een schema maken om bij te houden wanneer en op welke plek u heeft geprikt.
U mag niet prikken in:
- blauwe plekken
- moedervlekken
- harde of pijnlijke plekken
- wondjes
- een gebied waarin u minder kracht heeft of die verlamd is
- een gebied met trombose
- een geopereerd gebied
- rondom een stoma
- littekenweefsel
- een gebied waarin een infuus of shunt zit
Stap 3. Spuit klaarmaken
Haal de spuit uit de verpakking. Controleer of de vloeistof helder is. Gebruik de spuit niet als de vloeistof niet helder is.
Controleer daarna of de spuit niet beschadigd is. Kijk ook naar de houdbaarheidsdatum op de verpakking. Gebruik de spuit niet als de datum is verlopen.
Ziet u een kleine luchtbel in de spuit? Dit is normaal. Verwijder de luchtbel niet.
Stap 4. Prik voorbereiden
Zorg dat u prettig zit. Liggen wordt niet aangeraden, omdat u dan minder goed ziet wat u doet. Maak de huid op de prikplek vrij. Zorg dat uw huid schoon is. U hoeft uw huid niet te reinigen met een desinfectiemiddel, zoals alcohol.
Verwijder het dopje van de spuit. Draai het dopje eerst en trek het daarna recht van de naald af. Bij sommige spuiten duwt u eerst het oranje beschermkapje iets naar beneden.
Raak de naald niet aan. Zorg ook dat de naald vóór het prikken nergens tegenaan komt.
Pak een huidplooi vast tussen uw duim en wijsvinger. Gebruik hiervoor bij voorkeur de hand waarmee u niet schrijft. Houd de huidplooi vast tijdens het prikken.
Stap 5. Prikken
Neem de spuit in de hand waarmee u schrijft (dominante hand). U kunt het beschermkapje tegen de spuit aandrukken en vasthouden. Zo zit het niet in de weg tijdens het prikken.
Prik de naald recht (loodrecht) in de huidplooi. Spuit de vloeistof én het luchtbelletje rustig in, in uw eigen tempo. Probeer hierbij een injectieduur van ongeveer 10 tot 30 seconden aan te houden. Zorg dat u alle vloeistof inspuit. De spuit is leeg als u deze niet verder kunt indrukken.
Wacht daarna 5 seconden. U kunt bijvoorbeeld hardop tot vijf tellen.
Haal de naald daarna rustig en in één vloeiende beweging uit de huid. Laat daarna de huidplooi los.
Stap 6. Na het prikken
Bescherm de naald na het prikken. Hoe u dit doet, hangt af van de spuit die u gebruikt.
- Druk het oranje kapje over de naald totdat u een klik hoort, of;
- Schuif de doorzichtige veiligheidshuls over de naald totdat u een klik hoort. De naald is dan veilig afgeschermd. Zo kunt u zich niet meer per ongeluk prikken
Gooi de gebruikte spuit niet bij het huishoudelijk afval. Doe de spuit in een naaldencontainer. Is de naaldencontainer vol? Lever deze dan in bij uw apotheek.
Gaat de prikplek een klein beetje bloeden of komt er een druppeltje van de vloeistof terug? Dit is normaal. Druk kort met een gaasje of doekje op de prikplek. Wrijf niet over de prikplek. U kunt daardoor blauwe of harde plekken krijgen.
Aandachtspunten
Bent u een dosis vergeten?
Gebruikt u dit middel één keer per dag?Als u een prik bent vergeten, geef deze dan alsnog. Geef de volgende prik 24 uur later.
Wilt u terug naar uw vaste tijdstip? Geef de prik de dagen daarna steeds maximaal 2 uur later. U kunt er ook voor kiezen om de prik elke dag maximaal 2 uur eerder te geven. U mag ook het nieuwe tijdstip blijven aanhouden
Gebruikt u dit middel twee keer per dag?Als u een prik bent vergeten, geef deze dan alsnog. Geef de volgende prik 12 uur later.
Wilt u terug naar uw vaste tijdstip? Geef de prik de dagen daarna steeds maximaal 2 uur later. U kunt er ook voor kiezen om de prik elke dag maximaal 2 uur eerder te geven. U mag ook het nieuwe tijdstip blijven aanhouden.
Medicijnen en (medische) behandelingen
Gebruikt u ook andere medicijnen? Vertel dit altijd aan uw arts en apotheek. Neem ook altijd uw laatste medicatieoverzicht mee naar uw afspraak in het ziekenhuis.
Gebruikt u medicijnen die u zelf bij de drogist koopt, zoals pijnstillers of kruidenmiddelen?Vertel dit dan ook aan uw arts of apotheek.
Stop nooit met uw bloedverdunner zonder overleg.
Zwangerschap en borstvoeding
De bloedverdunners die u via een injectie (prik) krijgt, kunnen veilig worden gebruikt tijdens de zwangerschap. Ze zijn niet schadelijk voor de baby.
Ook tijdens de periode dat u borstvoeding geeft, kunt u deze injecties veilig gebruiken. Het medicijn komt niet of nauwelijks in de moedermelk.
Let op: dit geldt niet voor alle soorten bloedverdunners. Sommige bloedverdunners in tabletvorm zijn niet geschikt tijdens de zwangerschap. Bespreek een kinderwens, zwangerschap of borstvoeding daarom altijd met uw behandelend arts.
Sporten en bewegen
Bewegen is goed voor u. Wees wel voorzichtig om vallen en stoten te voorkomen. Voor adviezen over welke activiteiten u wel of niet kunt doen in uw specifieke situatie, verwijzen wij u naar de leefregels die u bij ontslag heeft meegekregen. Hierin staan de belangrijkste aandachtspunten voor bewegen, sporten en dagelijkse activiteiten.
Door de bloedverdunners kan het wat langer duren voordat een wondje stopt met bloeden. Ook kunnen blauwe plekken groter worden.
Deze activiteiten worden sterk afgeraden bij het gebruik van bloedverdunners:
- boksen
- judo
- andere contactsporten
- diepzeeduiken (dieper dan 5 meter)
- bergbeklimmen (boven 2500 meter)
Let op: Dit zijn algemene adviezen. Uw behandelend arts kan hiervan afwijken als dat beter past bij uw persoonlijke situatie. Volg daarom altijd het advies van uw behandelend arts. Dat advies is voor u het belangrijkst. Wanneer moet u direct bellen?
Neem in de volgende situaties direct contact op met het nummer zoals beschreven in uw ontslagpapieren of besproken op de polikliniek.
Na een bevalling: bel tot 6 weken na de bevalling uw eerstelijns verloskundige.
Klachten die kunnen passen bij trombose:- een warme of pijnlijke kuit
- een rood en glanzend been
Deze klachten hoeven niet allemaal tegelijk te ontstaan. Door de bloedverdunners is de kans op
trombose heel klein, maar niet nul. Heeft u één of meer van deze klachten? Neem dan contact op.
Neem ook contact op als u plotseling benauwd bent (kortademig). Vooral als u ook pijn op de borst heeft of als u zich zorgen maakt.
Bel ook direct bij:
- rode urine
- zwarte ontlasting
- plotseling minder goed kunnen bewegen van een arm of been
- hevige buikpijn
- een grote blauwe plek (groter dan ongeveer 5 centimeter), zonder duidelijke oorzaak
- veel blauwe plekken, zonder duidelijke oorzaak
- een bloedneus die langer dan 30 minuten duurt
- bloed ophoesten of bloed braken
- als u meer van het medicijn heeft gebruikt dan is voorgeschreven
Heeft u vragen?
Neem dan contact op met het nummer zoals beschreven in uw ontslagpapieren of besproken op de polikliniek.