Waarom krijg ik deze folder?
Binnenkort wordt de neusamandel van uw kind verwijderd. De keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) heeft dit met u besloten. De arts verwijdert de neusamandel van uw kind. Met deze informatie zorgen we ervoor dat u en uw kind goed zijn voorbereid. In deze folder leest u:
- hoe u uw kind voorbereidt op de operatie
- wat er tijdens de operatie gebeurt
- wat u na de operatie kunt verwachten
- waar u thuis op moet letten
- wanneer uw kind weer naar school of opvang mag
- wanneer u wordt gebeld voor controle
- wanneer u contact moet opnemen
Mogelijk prikt de KNO-arts tegelijk de trommelvliezen door. De arts kan ook gelijk 2 trommelvliesbuisjes plaatsen. Uw arts heeft dit dan voor de opname met u besproken. Meer informatie hierover staat in de patiëntenfolder
Trommelvliesbuisjes plaatsen op onze website.
De neusamandel zit aan de achterkant van de neusholte. De neusamandel is een lymfeklier. Dit is een klier die helpt beschermen tegen infecties. Op een paar plaatsen zijn de lymfeklieren verdikt. Dit zijn kleine kliertjes die helpen uw het lichaam te beschermen tegen ziektes .
- In de keel zitten de keelamandelen. U ziet ze als knobbels links en rechtsachter in de keel.
- De huig hangt midden tussen de keelamandelen. De huig is het aanhangsel van het zachte gehemelte.
- Achter de neus ligt de neus-keelholte. Deze ruimte ligt boven het zachte gehemelte.
- In het dak van de neus-keelholte ligt de neusamandel.
- Vanaf het 8e levensjaar wordt de neusamandel kleiner.
- Naast de neusamandel begint de buis van Eustachius. Deze verbinding laat lucht van de neus-keelholte naar de oren gaan.
- Helemaal achter op de tong ligt de tongamandel. Aan de zijkanten van de tong gaat deze over in de keelamandelen.
| 
|
Soms krijgt uw kind veel ziekteverwekkers binnen. De neusamandel kan dan gaan ontsteken en raakt dik en opgezet. De buis van Eustachius kan daardoor geblokkeerd raken. Dit is de verbinding tussen de middenoorholte en de keel-neusholte. Uw kind kan hierdoor minder horen.
Een verdikte neusamandel kan ook andere klachten geven. Uw kind ademt dan door de mond en kan gaan snurken. Andere klachten zijn koorts en verkoudheid.
De neusamandel kan chronisch ontstoken zijn. Chronisch betekent langdurig of blijvend. Dan zwellen vaak de klieren links en rechts achter in de nek. Soms helpt behandeling met medicijnen niet meer. In deze gevallen is het beter om de neusamandel te verwijderen.
Hoe bereid u uw kind voor op de ingreep?
U krijgt een telefonische afspraak met de
anesthesist. De
anesthesist is de arts die de verdoving geeft. De
anesthesist geeft u en uw kind uitleg over de verdoving en pijnbestrijding.
Uw kind krijgt algehele narcose en merkt dus niets van de operatie. Narcose is volledige verdoving waarbij uw kind slaapt. De
anesthesist geeft de narcose met een kapje over de neus en mond van uw kind. Dit kunt u van te voren bespreken met uw kind.
Algemene informatie staat in de patiënteninformatie
Operatie. U krijgt deze informatie op het Preoperatief Spreekuur (POS). U kunt er ook om vragen bij de
anesthesioloog. Dit is de arts die de verdoving geeft. De informatie staat ook bij de patiëntenfolders op onze website.
De opnamedatum
Het opnamebureau bespreekt met u wanneer de opname is. Na een POS-afspraak belt het opnamebureau u over de opnamedatum. Komt deze datum niet uit? Geef dit dan zo snel mogelijk door. Bel de afdeling Opname en de polikliniek KNO. De telefoonnummers staan onderin deze folder. Op de opnamedag mag 1 ouder mee naar de opnameafdeling.
Geen aspirine
Uw kind mag in de 10 dagen voor de operatie geen aspirine gebruiken. Ook de 10 dagen na de operatie mag uw kind geen aspirine gebruiken. Voorbeelden zijn Aspro, APC en Saridon. Aspirine bevat een stof die het bloed verdunt. Daardoor kan eerder een bloeding optreden.
Nuchter zijn op de operatiedag
Uw kind moet voor de operatie nuchter zijn. Nuchter betekent dat uw kind voor de operatie niet meer eet en drinkt. De
anesthesioloog vertelt hierover tijdens de POS-afspraak. Meer informatie staat in de patiëntenfolder
Nuchterbeleid kinderen: tot 16 jaar. U vindt deze folder op onze website.
Hoe bereid u uw kind goed voor op de operatie?
Bereid uw kind thuis als volgt voor:
- Trek uw kind thuis de kleding voor de operatie aan.
- Er kan wat bloed op de kleding komen.
- Wij raden daarom een oude pyjama aan.
- Trek u geen onesie aan.
- Trek uw kind een schone pyjama aan.
- Neem reserveondergoed en een extra pyjama mee.
- Neem de medicijnen mee die uw kind thuis gebruikt.
- Neem eventueel een eigen fles, beker of fopspeen mee.
- Neem sloffen of slippers mee.
- Uw kind mag een knuffelbeest meenemen als het dat wil.
- Heeft uw kind lang haar? Zorg dan dat het in een staart zit.
Wat gebeurt er tijdens de ingreep?
De operatie duurt niet lang. Uw kind blijft een paar uur in het ziekenhuis. Er mag 1 ouder mee naar de patiëntenkamer. Samen gaat u naar de operatiekamer. De andere ouder mag in de wachtruimte wachten.
U en uw kind mogen geen sieraden dragen op de operatieafdeling. Let op: zwangeren kunnen niet mee naar de operatieafdeling. Dit komt door mogelijke blootstelling aan narcosegassen. In de operatiekamer draagt u steriele kleding. Steriel betekent helemaal schoon, zonder bacteriën.
U draagt:
- een schort
- een muts
- overschoenen
De KNO-arts is aanwezig in de operatiekamer. Ook de
anesthesioloog en een aantal verpleegkundigen zijn aanwezig. Uw kind krijgt een kapje over de neus en mond. Uw kind ademt door het kapje. Na ongeveer 2 minuten valt uw kind in slaap. Daarna krijgt uw kind een
infuus. Een
infuus is een dun slangetje in een bloedvat. Via dit slangetje kan uw kind vocht of medicijnen krijgen.
Tijdens het inslapen kan uw kind onverwachte bewegingen maken. De ogen kunnen bijvoorbeeld wegdraaien. Uw kind kan ook een snurkende ademhaling krijgen. De ogen kunnen open blijven terwijl uw kind al niets meer merkt. Dit is normaal. U hoeft zich hierover geen zorgen te maken.
Als uw kind onder narcose is, verlaat u de operatiekamer. Daarna begint de ingreep.
Tip: bekijk samen met uw kind het
Filmpje Keel-, neus-, oordokter:
https://youtu.be/9OQGyMShq4U Waar moet ik rekening mee houden?
Bij iedere operatie is enig risico. Bij deze operatie bestaat het risico op een nabloeding. Uw kind kan door de neus gaan praten. Soms wordt de stem hoger. Meestal is deze verandering tijdelijk. Soms kan logopedie nodig zijn.
Hoe ziet de eerste periode na de ingreep eruit?
Kort na de operatie kunt u uw kind weer zien. Uw kind kan nog suf of slaperig zijn van de verdoving. Uw kind kan ook verdrietig of angstig zijn. Dit kan ook door pijn komen.
Laat uw kind veel drinken en waterijs eten. Dit is goed voor het herstel van de wond. Gaat het weer goed met uw kind? Dan kunt u samen naar huis.
Bij koorts of andere problemen blijft uw kind misschien 1 dag. Uw kind blijft dan op de kinderafdeling. Dit is bijna nooit nodig.
Vervoer naar huis
Wij raden aan om met 2 begeleiders naar huis te gaan. 1 begeleider kan tijdens de reis extra aandacht geven aan uw kind. De andere begeleider rijdt.
Eten en drinken
Het is belangrijk dat uw kind na de operatie veel drinkt. U kunt uw kind ook waterijs geven.
Pijn en verhoging
De meeste kinderen hebben na de ingreep niet veel pijn. Heeft uw kind na ontslag nog pijn? Geef dan pijnstillers. U kunt tot 48 uur na de ingreep paracetamol geven. Geef de paracetamol op vaste tijden. Meestal werkt paracetamol als zetpil voldoende.
Heeft uw kind verhoging? Dan helpt het om veel te drinken.
Overgeven
Uw kind kan thuis in de loop van de dag bloed overgeven. Dit bloed is meestal donker van kleur. Dit betekent dat uw kind bloed heeft ingeslikt. Dit is niet ernstig. Meestal voelt uw kind zich na het overgeven beter.
Let op: geef uw kind geen anti-braakmiddelen. Dit zijn medicijnen tegen overgeven.
Naar school
Houd uw kind na de operatie 2 dagen binnen. Daarna mag uw kind weer naar school of opvang.
Verwerking
Ieder kind kan de operatie anders ervaren. Na de operatie kan uw kind:
- snel geïrriteerd raken
- 's nachts onrustig slapen
- weer gaan bedplassen
- meer aandacht vragen
U kunt uw kind helpen door hiervoor begrip te tonen. Beantwoord eventuele vragen van uw kind eerlijk. U kunt ook spelenderwijs op deze vragen ingaan.
WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst)
De WGBO is de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Deze wet beschrijft onder andere de regels over toestemming en informatie.
Een arts heeft voor een behandeling of onderzoek toestemming van ouders nodig. Ouders hebben daarom recht op alle informatie die nodig is. Daarmee kunnen zij een weloverwogen beslissing nemen.
Kinderen hebben ook recht op informatie, ongeacht hun leeftijd. Luister ook naar de mening van uw kind. Dit wordt belangrijker als uw kind ouder wordt. Ook wat uw kind heeft meegemaakt speelt hierbij een rol. Voor kinderen van 12 tot 16 jaar is dubbele toestemming nodig. De arts heeft toestemming nodig van het kind én de ouders.
Meer informatie staat in de patiënteninformatie
WGBO, wat is dat? Jouw rechten in ons ziekenhuis.Waar moet ik op letten na de ingreep?
Bloed uit de neus of mond:
- Laat uw kind een paar dagen niet de neus snuiten.
- Soms komt er wat bloederig snot uit de neus. Dit is niets om u zorgen over te maken U kunt dit gewoon wegvegen.
Let op: blijft er lichtrood, vers bloed uit mond of neus stromen? Waarschuw dan direct de KNO-arts.
Bel de KNO-arts ook als uw kind erg bleek en slap is. Doe dit ook als uw kind erg bleek en slap wordt. De telefoonnummers staan aan het einde van deze folder.
Blijft uw kind koorts houden? Neem dan contact op met onze polikliniek. Buiten kantooruren neemt u contact op met ons ziekenhuis.
Wanneer moet ik terugkomen in het ziekenhuis?
Binnen 6 weken neemt de doktersassistente telefonisch contact met u op.
Hoe kan ik mijn afspraak afzeggen of wijzigen?
Komt de opnamedatum niet uit? Geef dit dan zo snel mogelijk door. Neem contact op met de afdeling Opname en de polikliniek KNO.
Met wie kan ik contact opnemen voor vragen over mijn ingreep?
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Bespreek deze met uw KNO-arts.
Tijdens kantooruren kunt u bellen met de polikliniek KNO in Delft via 015 - 260 42 42.
Buiten kantooruren kunt u de Spoedeisende Hulp bellen via het algemene nummer: 015 - 260 30 60
Meer informatie over het ziekenhuis staat op
reinierdegraaf.nl