U ontvangt deze informatie, omdat uw kind kunststof of gipsverband heeft gekregen. Dit gips ondersteunt uw lichaam en biedt rust aan uw gebroken/ geopereerde arm, hand, been of voet. In deze folder geven wij u tips en spelregels hoe u en uw kind het beste kunnen omgaan met het kunststof of gipsverband. De soorten kunststof en gipsverband
Hieronder staan de verschillende soorten kunststof en gipsverband.
Klassiek gipsverband
Dit gipsverband krijgt uw kind meestal na een operatie of na een bezoek aan de Spoedeisende Hulp. Dit gips, vaak aangelegd als spalk, bestaat hoofdzakelijk uit kalk. Uw kind draagt het meestal maar een korte tijd (ongeveer een week). Na die periode bekijken we de situatie opnieuw. Het gips stabiliseert de arm of het been. Het is belangrijk is dat uw kind dit gips niet belast.
Kunststof verband
Er zijn twee soorten kunststof verband: een rigide en een semi-rigide variant. Deze brengen wij aan op de gipskamer. Vaak een week na de val/operatie.
1. Rigide kunststof verband (hardcast)
Dit gipsverband is hard en sluit geheel rondom de arm of het been. Dit verband krijgt uw kind pas als de zwelling die ontstond door de breuk van het bot is afgenomen. Deze kunststof verbanden kunnen we in verschillende kleuren aanbrengen. Het materiaal is soms wat scherper en ruwer dan gipsverbanden. Tip: met een nagelvijltje kunt u vaak kleine scherpe randjes wegwerken.
2. Semi-rigide kunststof verband (softcast)
Dit flexibele kunststofverband gebruiken we veel voor afneembare spalken (braces) of voor kinderen. Het materiaal is en blijft enigszins flexibel. Hierdoor kunnen we een afneembare brace zo openbuigen dat het makkelijker is aan te brengen en te verwijderen. Als de softcast nat is geworden, kunt u het drogen op de verwarming of in de zon.
Thermoplastisch materiaal
Veel spalken voor hand- en vingerletsels bestaan uit thermoplastisch materiaal. Dit vervormt bij temperaturen boven 50 graden Celsius. Daarom mag u de spalk niet in de zon of op een warme plek leggen. Ook mag u de spalk niet schoonmaken met heet water.
Tips en leefregels
Gips beperkt de bewegingsvrijheid. Dat is uiteraard vervelend, maar met de volgende tips en leefregels heeft uw kind daar zo weinig mogelijk overlast van en verkleint de kans op complicaties.
Houd het gips droog
Gips kan niet goed tegen water. Neem daarom voorzorgsmaatregelen als het gips nat kan worden. Dek bijvoorbeeld het gips volledig af tijdens het douchen. U kunt speciale douchehoezen kopen bij uw apotheek. Ook via internet zijn douchehoezen te bestellen: www.brace-specialist.nl
Voorkom zwelling: arm of been omhoog
Vooral kort na het breken/blesseren van de arm, been of ander lichaamsdeel ontstaat veel zwelling. Hierdoor kan een bekneld gevoel ontstaan. Sommige kinderen krijgen na het aanleggen van nieuw gips het gevoel van een strakzittend verband.
Gips om (onder)arm
Zorg dat de pols hoger ligt dan de elleboog. Dit kunt u overdag het makkelijkste doen door een mitella of sling te dragen. Leg ’s nachts uw arm op een kussen. Let hierbij op. Bij klassiek gipsverband moet er de eerste 24 uur een mitella gebruikt worden en mag daarna pas de sling aangebracht worden. Het gips moet namelijk eerst voldoende uitgehard zijn.
Gips om (onder)been
Zorg dat de voet op harthoogte ligt. Dit betekent dat de voet hoger ligt dan de knie en de knie weer hoger ligt dan de heup. Dit kunt u doen door overdag het been op een stapel kussens te leggen. ’s Nachts kan het voeteneinde van het matras met kussens worden opgehoogd.
Houd het gips heel
Gips bepaalt grotendeels het succes van de behandeling. Wees dus voorzichtig en laat het gips niet kapot gaan. Mocht dit toch gebeuren, neem dan direct telefonisch contact op met de gipskamer. Doe dit ook als een gipsaanpassing nodig is.
Beweeg vrije gewrichten
Ondanks de beperkingen van het gips is het belangrijk zo veel mogelijk de vrije gewrichten te blijven bewegen.
Bij armletsel
Laat uw kind zo veel mogelijk de schouder en/of elleboog bewegen. Ook strekken en buigen van de vingers die niet in het gips zitten is belangrijk.
Bij beenletsel
Laat uw kind heup, knie, enkel en tenen bewegen. Indien mogelijk laat uw kind de (boven)beenspieren aanspannen door het been gestrekt op te laten heffen.
Wat te doen bij jeuk?
Hoe verleidelijk ook als uw kind jeuk heeft, steek niets tussen de huid en het gips. Bij jeuk of irritatie kan uw kind het beste gebruikmaken van een anti-jeuk spray (Castblast). Ook kan de koude lucht van föhn of stofzuiger verlichting geven. Stop zeker geen breinaald tussen het gips en het ledemaat!
Wat te doen bij te strak gips?
Veel mensen hebben het gevoel dat het gips hun arm of been afknelt. Of er echt sprake is van beknelling kunt u op drie manieren testen:
1. Controleer de doorbloedingDit doet u door op een nagel te drukken. De nagel is normaal roze en wordt witter bij indrukken. Als u de nagel vervolgens weer loslaat, kleurt deze weer roze. Blijft de nagel na loslaten echter wit, neem dan contact op met de gipskamer.
2. Controleer de zenuwgeleidingRaak de teen of vinger van uw kind aan. Voelt uw kind de aanraking? Dan is het goed. Heeft uw kind geen gevoel meer in zijn/haar teen of vinger? Neem dan contact op met de gipskamer.
3. Controleer uw bewegingEen vermindering van beweging en kracht kan wijzen op een beknelling van een zenuw of bloedvat. Neem bij verstoring direct contact op met de gipskamer. Zwelling van de vingers kan ook een uiting zijn van strak gips. Dit is vervelend, maar niet altijd spoedeisend. Als de bovenstaande controles goed zijn, hoeft u zich geen zorgen te maken. Bij extreme zwelling kunt u telefonisch contact opnemen met de gipskamer.
Pijnstilling
Neem de volgende adviezen over pijnstilling in acht:
- Geef de pijnstilling aan uw kind op de voorgeschreven manier. Wacht niet totdat de pijn te hevig wordt.
- Houdt u zich zo veel mogelijk aan de voorschriften van de arts en de verpleegkundige.
- Sommige pijnstillers krijgt u op voorschrift van de arts.
Controleer drukplekken en/of wondjes
Een pijnlijke, branderig gevoel onder het gips kan een kenmerk zijn van een wondje. Als dit klachten geeft, neem dan contact op met de gipskamer.
Overige klachten en problemen
Als het kunststof of gipsverband is gebroken of veel te los is gaan zitten, waardoor het niet meer functioneert, maakt u telefonisch een afspraak met de gipskamer. Ook in geval van voortdurende pijn op één plaats of een schurend gevoel, neemt u met de gipskamer telefonisch contact op. Breng zelf géén wijzigingen aan in een kunststof of gipsverband.
Het gebruik van krukken
Als uw kind niet op zijn/haar geblesseerde been mag of kan staan, bieden krukken uitkomst. Bij het lopen gaat uw kind niet op zijn/haar aangedane been staan, maar gebruikt uw kind de krukken. Indien nodig oefent de fysiotherapie voor ontslag hoe uw kind de krukken moet gebruiken.
Waar zijn krukken te verkrijgen?
U kunt krukken verkrijgen via de thuiszorgwinkel of de Spoedeisende Hulp. Op de Spoedeisende Hulp kunt u krukken huren. Andere adressen waar u krukken kunt lenen of huren, kunt u vinden op internet. De gehuurde krukken levert u bij herstel in bij de thuiszorgwinkel.
Vliegen met gips
Voor het vliegen met gips gelden per maatschappij andere voorwaarden. Neem contact op met uw vliegmaatschappij en overweeg of uw kind echt moet of wil vliegen. Vliegen kan de kans op
trombose laten toenemen, zeker bij langere vluchten. Vaak vraagt de vliegmaatschappij om gips wat tijdens de vlucht in noodgevallen kan worden verwijderd, hierin kan de gipskamer in voorzien. Uiteindelijk ben u zelf verantwoordelijk voor de keuze om me uw kind te vliegen; een zogenoemde fit-to-fly verklaring zoals veel maatschappijen vragen, verlegt deze verantwoordelijkheid nooit.
Wat te doen bij klachten
Als uw kind klachten heeft met of van het kunststof of gipsverband, neem dan telefonisch contact op met de gipskamer.
Contact
De gipskamer is op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur telefonisch bereikbaar via onderstaande telefoonnummers. Buiten deze tijden raden wij u aan uw huisarts of het algemene nummer van Reinier de Graaf te bellen. Bij spoed kunt u contact opnemen of overleggen met de Spoedeisende Hulp van ons ziekenhuis.
Gipskamer: 015 - 260 38 46
Spoedeisende Hulp: 015 - 260 38 45