U krijgt deze informatie omdat u na overleg met uw KNO-arts heeft ingestemd om de hals (lymfeklier)/half cyste te verwijderen.
In de hals bevinden zich vele tientallen lymfeklieren aan beide zijden. Deze kunnen om heel veel verschillende redenen opgezet (vergroot) zijn, zoals bij ontstekingen en virusinfecties. Maar ook kan een vergroting wijzen op het bestaan van een kwaadaardige aandoening.
| |
Een
cyste is een niet-oorspronkelijke holte in het lichaam waar vocht in zit. Een laterale hals
cyste ligt aan de zijkant in de hals. De
cyste ontstaat tijdens de ontwikkeling als embryo en kan lang ongemerkt aanwezig zijn. Het is in principe een goedaardige aandoening, maar is in zeer zeldzame gevallen
kwaadaardig.
Uw KNO-arts heeft met u besproken dat het goed is om een hals (lymfe)klier/
cyste te verwijderen en deze voor onderzoek op te sturen om zo tot een diagnose te komen.
Gang van zaken tijdens de operatie
Nadat u in slaap bent gebracht, verwijdert uw arts de hals lymfeklier/
cyste via een huidsnee in de hals. Voordat de arts de wond sluit, brengt hij indien nodig een wonddrain in voor de afvoer van het wondvocht.
De avond na de operatie kunt u een lichte maaltijd eten, tenzij uw behandelend KNO-arts anders heeft geadviseerd.
Wonddrain
Voor de afvoer van wondvocht en om bloedophoping onder de huid te voorkomen, wordt er soms een wonddrain (slangetje) in de wond gelegd, die door de huid van de hals weer naar buiten komt. De wonddrain is meestal één dag nodig.
Wat kunt u aan merken na de operatie?
Na de operatie heeft u meestal weinig pijn. De eventuele pijn wordt veroorzaakt door de wond en soms door de houding van het hoofd tijdens de operatie. Na de operatie komt een tijdelijke gevoelloosheid vaker voor dan pijn. Deze gevoelloosheid trekt na enkele weken tot maanden weg. In het wondgebied treedt soms een kleine zwelling op, die na verloop van enkele weken weer verdwenen is. Een forse zwelling kan wijzen op een ontsteking, bloeduitstorting of ophoping van weefselvocht. Om een hals lymfeklier zo goed mogelijk te verwijderen, kan uw arts niet alle kleine gevoelszenuwen van de huid rond de huidsnee behouden. Hierdoor kan u na de operatie een verdoofd gevoel van het operatiegebied hebben. Na verloop van enkele maanden wordt het verdoofde gebied steeds kleiner en hersteld het meestal helemaal. Mocht het gevoel niet geheel normaal worden, dan wordt dat in het dagelijks leven meestal nauwelijks als vervelend ervaren. De operatiewond ligt in een bestaande huidplooi, waardoor het litteken na enkele maanden meestal nauwelijks te zien is.
Bij elke ingreep kunnen helaas complicaties ontstaan. Wanneer er veel bloed via de wonddrain afloopt of het operatiegebied dikker wordt, kan er sprake zijn van een nabloeding. De arts moet de wond dan soms opnieuw onder verdoving/anesthesie openen om een nog bloedend vaatje dicht te maken. De kans hierop is ongeveer 5%. Ook kan het wondgebied ontstoken raken: de wond wordt dan (te) pijnlijk of wordt het na enkele dagen pijnlijk en zwelt op. De huid rond de wond is dan vaak rood. Neem dan
contact op met uw KNO-arts. Er kan sprake zijn van een wondinfectie. In sommige gevallen is dan behandeling met antibiotica nodig
Contact
Als u naar aanleiding van deze folder nog vragen heeft, kunt u deze bespreken met uw kno-arts. Meer informatie over ons ziekenhuis vindt u op de website
www.reinierdegraaf.nl.
Tijdens kantooruren kunt u bellen met Reinier de Graaf Delft 015 - 260 42 42. Buiten kantooruren kunt u bellen met de Spoedeisende Hulp via ons algemene telefoonnummer 015 - 260 30 60