U krijgt deze informatie omdat bij u een afwijking in de borst is gevonden. Om goed te kunnen onderzoek wat deze afwijking is, verwijderen we het stukje borstweefsel met een operatie. Dit heet een excisie pro diagnosi. In deze folder leest u wat dit betekent. 1. Het verschil tussen een goed- en kwaadaardige afwijking
In uw lichaam vernieuwen cellen zich steeds. Zo worden oude of beschadigde cellen vervangen. Soms blijven cellen zich delen terwijl dat niet nodig is. Dan kan er een afwijking ontstaan. Een goedaardige afwijking blijft op één plek en groeit niet door in ander weefsel. Zo’n afwijking kan wel pijn of een drukkend gevoel geven. Voorbeelden van goedaardige afwijkingen zijn cysten of fibroadenomen.
Een kwaadaardige afwijking groeit wél door in het omliggende weefsel en soms ook in bloed- of lymfevaten.
2. De operatie
Tijdens de operatie maakt de chirurg een sneetje in de borst en neemt het afwijkende stukje weefsel weg. Als de afwijking verwijderd is, hecht de chirurg de wond. De operatie gebeurt meestal tijdens een dagbehandeling. U houdt een litteken van enkele centimeters over. Het stukje weefsel wordt opgestuurd naar de weefselonderzoeker. Na het verwijderen van de afwijking brengt de chirurg de borstklier weer netjes naar elkaar toe en hecht deze van binnenuit met oplosbare hechtingen. Dit zorgt ervoor dat de borst er na de operatie zo mooi mogelijk uitziet. Op de plek waar de afwijking zat, laat de chirurg kleine ‘clipjes’ achter. Deze zijn van titanium en voelt u niet zitten.
3. Weefselonderzoek
Het weefsel dat is verwijderd, wordt door de patholoog (weefselonderzoeker) eerst bewerkt en dan nauwkeurig onderzocht. Dit onderzoek duurt ongeveer 10 werkdagen. De uitslag van het weefselonderzoek krijgt u tijdens een afspraak op de polikliniek van de chirurg. Pas na dit onderzoek zijn alle kenmerken van de afwijking bekend en is duidelijk of de afwijking helemaal verwijderd is. De uitslag krijgt u via het borstkankercentrum van de chirurg. Afhankelijk van de uitslag bespreken we of verdere behandeling nodig is.
4. Na de operatie
Pleisters:
- 24 uur na de operatie mag de verbandpleister worden verwijderd. Daaronder zitten hechtpleisters, die kunt u laten zitten tot u op de poli komt. U mag de eerste weken niet in bad, naar de sauna of naar een zwembad, maar u mag wel gewoon douchen. De hechtpleisters mogen nat worden, dep ze daarna voorzichtig droog.
- Als het operatiegebied dicht is en er geen vocht uitkomt, hoeft er geen verbandpleister meer op. De hechtpleisters zijn dan voldoende.
- Soms wordt een Foamverband gebruikt. Dit is een zelfplakkende, elastische strook die helpt het operatiegebied extra te ondersteunen. U hoort van de verpleegkundige van de afdeling wanneer u het thuis mag verwijderen. Als u liever wilt dat dit in het ziekenhuis gebeurt, kunt u via de poli-assistente van het Borstkankercentrum een afspraak maken bij de verpleegkundig specialist.
- Als er een hechtknoopje aan het uiteinde van de wond zit, wordt dit verwijderd tijdens de afspraak voor de uitslag van het weefselonderzoek.
Medicatie:
De meeste mensen hebben weinig medicatie nodig, maar bij pijn of ongemak kunt u paracetamol gebruiken. U mag tot vier keer per dag twee tabletten van 500 mg innemen. Dit kunt u zo mogelijk na een paar dagen weer afbouwen. Soms krijgt u van de
anesthesist extra pijnstillers. Gebruik deze medicatie alleen als het nodig is.
Adviezen na een borstoperatie:
- Geef uzelf en het geopereerde gebied voldoende rust, zodat zowel u als de wond goed kunnen herstellen van de operatie.
- Bouw uw dagelijkse activiteiten langzaam op, afhankelijk van wat u aankunt. Belast het geopereerde gebied niet te veel en luister goed naar uw lichaam.
- Na de operatie mag u vanwege de narcose de eerste 24 uur niet autorijden. Daarna kunt u dit op geleide van uw herstel weer hervatten.
- Elk litteken geneest anders. Om het litteken te helpen herstellen, mag u het litteken eventueel twee keer per dag masseren met een olie of crème. Doe dit pas na de controle bij uw chirurg op de polikliniek (ongeveer twee weken na de operatie).
5. Uiterlijk van de borst (na de operatie)
De vorm en structuur van de borst kunnen door de operatie veranderen. Hoe deze veranderingen precies zullen zijn, is moeilijk te voorspellen. Sommige veranderingen zijn tijdelijk, andere zijn blijvend. Het eindresultaat is vaak pas na zes maanden tot een jaar na de operatie goed te zien.
6. Contact
Als er thuis klachten* optreden kunt u bellen met het Borstkankercentrum van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur op 015 - 260 39 35.
Bij spoed ’s avonds, ‘s nachts en in het weekend belt u naar de Spoedeisende Hulp van Reinier de Graaf ziekenhuis 015 - 260 38 45.
Bij welke klachten* neemt u direct contact met ons op?
In de eerste weken na de operatie:
- Koorts boven 38.5 graden
- Toenemende pijn
- Roodheid van de huid
- Wondvocht
- Wondproblemen